Deze havermoutwafels zijn zo’n recept waar we steeds naar teruggrijpen. Op rustige ochtenden, wanneer we net iets meer tijd hebben, maar ook juist op drukke dagen waarop we iets voedzaams en makkelijks willen maken. Terwijl de eerste wafels in het ijzer liggen en de geur van warme kaneel en banaan zich langzaam door de keuken verspreidt, voelt het meteen als een goed begin van de dag.
Wat we er zo fijn aan vinden, is de eenvoud. Met een paar pure ingrediënten – vaak gewoon al in huis – maak je iets dat niet alleen lekker is, maar ook echt vult. De rijpe banaan zorgt voor een natuurlijke zoetheid, terwijl de havermout een stevige, voedzame basis geeft. Even laten rusten en daarna rustig bakken tot ze goudbruin zijn: precies dat moment waarop de buitenkant licht krokant wordt en de binnenkant zacht blijft.
We variëren er graag mee, afhankelijk van het seizoen of waar we zin in hebben. Een handje blauwe bessen door het beslag in de zomer, of juist stukjes appel met extra kaneel op een frisse ochtend. Zo blijft het elke keer weer een beetje anders, maar altijd vertrouwd.
Serveer ze warm, misschien met wat extra fruit, een lepel yoghurt of een scheutje honing. Simpel, puur en precies zoals we het graag zien: dichtbij, eerlijk en met aandacht gemaakt.
Ingrediënten (± 6–8 wafels)
- 150 g havermout (of havermeel)
- 1 rijpe banaan
- 250 ml melk (koemelk of plantaardig, bijv. haver- of kokosmelk)
- 1 tl bakpoeder
- 1 tl kaneel (optioneel)
- 1 tl vanille-extract (optioneel)
- Snufje zout
- 1 el olijfolie of gesmolten kokosolie
Optioneel extra:
- Handje blauwe bessen of stukjes appel
- 1 el lijnzaad (voor extra binding en vezels)
Bereiding
- Maal de havermout (als je geen havermeel gebruikt) tot meel in een blender.
- Prak de banaan fijn.
- Meng alle ingrediënten tot een glad beslag.
- Laat het beslag 5–10 minuten rusten (belangrijk voor structuur!).
- Verwarm je wafelijzer en vet licht in.
- Schep beslag erin en bak de wafels 3–5 minuten tot goudbruin.

Eet smakelijk!